Ga direct naar inhoud
Home
Nieuw Sociaal Contract
Nieuwsoverzicht

Democratische instituten als Raad van State en SER moeten macht tot orde roepen

27 mei 2026

Organisaties als de Raad van State en de inspecties moeten de zittende macht nadrukkelijker tegengesproken. Dat vinden Nicolien van Vroonhoven en Coban Menkveld. 'Wees niet eerst adviseur van de macht, maar bescherm burgers.'

De cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) van deze maand liegen er niet om. Het vertrouwen in de politiek is gedaald naar 21 procent. Dat is het laagste niveau sinds de start van het onderzoek in 2012.

Hoe fermer politici beloven dat zij wel de rust en het fatsoen zullen terugbrengen, des te feller en agressiever reageert ‘de overkant’ als dat alweer niet lukt.

Lisanne de Bok van de Universiteit Utrecht concludeerde al in 2022 dat als de politieke retoriek van ‘we luisteren nu écht’ niet gevolgd wordt, burgers het systeem juist harder gaan beoordelen.

De sfeer wordt alsmaar grimmiger. De onvrede, de woede, de argwaan en het cynisme vertalen zich nu in uit de hand gelopen demonstraties en aanslagen op partijkantoren.


Onwaarheden en ontkennen van problemen

Laten we eerlijk zijn: de afgelopen kabinetten hebben het vertrouwen van de burger behoorlijk onder druk gezet.

Bij meerdere regerende partijen zien we het vasthouden aan eigen waarheden en onwaarheden en het bagatelliseren van problemen (met de absoluutheid van de algoritmes en het Toeslagenschandaal als het gevolg daarvan).

We zien het doordrammen van eigen beslissingen en het negeren van aangenomen moties (zie de aanvankelijk beoogde risicovolle verkoop van DigiD, waar de meerderheid van de Tweede Kamer van meet af aan niet achterstond).

En we zien een botte communicatie en een arrogante houding (op vrijdag aankondigen dat de gemeenschap op woensdag 180 asielzoekers te huisvesten krijgt).


Belangrijke bufferfunctie

Hoe het wantrouwen te doorbreken? Het antwoord luidt: ‘Speaking truth to power’, aldus de Amerikaanse politicoloog en bestuurskundige Aaron Wildavsky (1930-1993). Met legitimiteit, met autoriteit, maar bovenal met redelijkheid.

Op zo’n manier dat een hulpkreet, een advies of vingerwijzing de macht ook echt corrigeert. De overheid dient namelijk ook te luisteren.

Wij zijn ervan overtuigd dat de institutionele tegenmachten hier een belangrijke bufferfunctie hebben. Voorbeelden van deze tegenmacht zijn: rechters, de Rekenkamer, de Raad van State, de ombudsman, klokkenluiders, toezichthouders en inspecties, maar ook de journalistiek en universiteiten.

Voor deze tegenmachten zelf geldt: sta op, zeg wat u nodig heeft, zoek elkaar op, en eis opvolging aan al uw rapporten en adviezen.

In de loop der tijd zijn deze machten door elkaar heen gaan lopen.


De rechtsprekende macht is ook gaan wetgeven.

Kabinet en parlement zijn verkleefd geraakt. Stemgedrag gebeurt via de coalitielijnen. De wetgevende macht is zich steeds meer gaan bezig houden met de uitvoering.

Om fraude en misbruik tegen te gaan, zijn de uitvoeringsregels steeds fijnmaziger geworden, de controlesystemen steeds zwaarder. Daardoor zijn uitvoeringsinstanties zoals de Belastingdienst en het UWV topzwaar geworden.

De rechtsprekende macht is ook gaan wetgeven. Dat zie je bijvoorbeeld aan de manier waarop rechters de normeringen van het stikstofbeleid bepalen.

De elkaar in balans houdende machten zijn feitelijk gezien ‘een machtsklont’ geworden, zoals journalist, columnist en schrijver Marc Chavannes (1946-2024) dat zo beeldend noemde. Logisch dat de burger alles wat in de Haagse politiek gebeurt als ‘de macht’ ervaart.


De hand in eigen boezem

Voordat burgers laaiend de straat op moeten om hun recht te halen, zouden deze respectabele democratische instituten de macht in redelijke en klare bewoordingen tot de orde moeten roepen.


Kritiek geven kan ook op een fatsoenlijke manier.

Het geeft machthebbers de kans in een vroeg stadium de hand in eigen boezem te steken, zich kwetsbaar op te stellen. Fouten worden gemaakt, maar moeten worden gecorrigeerd, niet onder het tapijt worden geveegd.

Kritiek geven kan ook op een fatsoenlijke manier, zodat het niet hoeft te escaleren of exploderen.

Maar dan moet die democratische ‘tegenmacht-buffer’ wel dringend worden opgeschud. De Raad van State is een bedaarde adviseur van het kabinet geworden, de Rekenkamer en de inspecties schrijven rapporten over dezelfde thema’s zonder opvolging te eisen en de Sociaal-Economische Raad (werkgevers en werknemers verenigd in de SER) lijkt meer en meer een verlengstuk van de overheid.

Al met al zijn de klassieke pijlers van ons democratisch controlebestel niet meer bij machte om de macht - het kabinet - het tegenwicht te bieden dat deze hard nodig heeft en verdient.


Brutaler opereren

Wat hebben ze nodig om beter en misschien ook brutaler te opereren? En om zo de woedende, cynische en ontevreden burgers de wind een beetje uit de zeilen te nemen?

De kracht van die controlerende tegenmacht moet zitten in haar onvermoeibare eis om ‘redelijkheid’, oftewel: ‘communicatieve rationaliteit’ (een begrip gemunt door de filosofen Jürgen Habermas en Karl Jaspers).

Uit de botsing van ideeën ontspringt het licht.

De Franse schrijver Nicolas Boileau (1636-1711) stelt: ‘Du choc des idées jaillit la lumière’ – uit de botsing van ideeën ontspringt het licht, oftewel: het licht van de ‘communicatieve rationaliteit’.

Dat er wordt gebotst vormt dus niet het probleem, maar het draait er weldegelijk om hoe er wordt gebotst. Er zijn tegenmachten die botsen omwille van het botsen zelf, maar de controlerende tegenmacht focust zich op haar manier van botsen: op redelijk botsen.


Redelijk activisme

Inventariseer dus waar de institutionele tegenmachten mank zijn komen te lopen en versterk hen waar nodig. Voor deze tegenmachten zelf geldt: sta op, zeg wat u nodig heeft, zoek elkaar op, en eis opvolging aan al uw rapporten en adviezen. Wees er niet primair als adviseur voor de macht, maar allereerst als verdediger van de burger.

Ja, we vragen om meer redelijk activisme van onze institutionele controleurs. Om fakkels en hooivorken overbodig te maken.


Originele publicatie in het Nederlands Dagblad